Column in Het Parool by Theordor Holman
Ik lig in het ziekenhuisbed wat aan de dood te denken als er opeens een oude man in z'n onderbroek, met naast zich zo'n mobiele stellage waaraan allerlei zakjes en meters hangen, naar me wuift.
Ik zwaai terug.
Hij zegt iets, het lijkt op een vraag en ik zeg voor de zoveelste keer: “Non parlo italiano!”
Dat interesseert hem niks. Hij blijft praten. Af en toe zakt zijn mondmaskertje wat af en hij zet hem pas weer goed als hij even uitgepraat is. Ik versta wel iets: auto, hart, vrouw, huis, voetbal… ik kan er geen wijs uit worden. Maar ik herhaal het woord voetbal, wijs op mezelf en zeg “Olanda.”
De man toont medelijden met mij. In gebarentaal. Hij kijkt naar boven of hij tevergeefs God aanroept, haalt zijn schouders op, schudt zijn hoofd en maakt een gebaar waaruit ik opmaak: het spijt me. Alles met één hand, met die andere zoekt hij steun bij die ingewikkelde stellage. Ik zeg: “Italia,” en ik steek mijn duim op.
Hij nikt. Dan moet hij van een zuster doorlopen, want hij verspert de weg in de gang waar ik lig. Maar als hij langs me loopt, doet hij iets wat in verband met corona niet mag: hij raakt me aan en knijpt even in mijn arm om me sterkte te wensen.
“Grazie.”
Ik meen het.
Nergens heb je zoveel behoefte aan iets van menselijkheid als ziek en onzeker in een ziekenhuis.
Na zes uur in die gang liggen, moet ik plassen en stap mijn bedje uit. Ik passeer een heel oude dame met weinig tanden in de mond. Ze ziet er bleek en breekbaar uit. Ze ligt in zichzelf te rebbelen. Als ze mij ziet, wil ze ook met me praten en weer zeg ik: “Non parlo italiano.” Maar ook haar interesseert dat niks. Ze vertelt een verhaal waar ik dit keer echt niets van versta.
“Bagno,” zeg ik en verlos mijn hand. Ze zegt iets, ik weet niet wat, maar het is een zin die pijn doet.
Het Pauluslabyrint by Jeroen Windmeijer
Dutch Source:
‘Panem et tauros,' zegt de jongeling naast de oude man spottend, brood en stieren. Het brood dat hij letterlijk in de schoot geworpen krijgt, werpt hij zonder te kijken geërgerd met een grote boog achter zich.
Maar dit is juist waar de meeste mensen voor gekomen zijn: voor het brood, maar vooral voor het gevecht met de stier.
De editor muneris, de sponsor van de spelen van vandaag, geeft met een krachtige ave-groet aan dat de stier losgelaten kan worden. Een oorverdovend gejuich vult de arena. De editor kijkt tevreden om zich heen en gaat weer op zijn bank liggen. Hij neemt een kleine druiventros van de rijk gedekte tafel voor hem en ziet hoe een enorme stier bokkend binnenkomt. De afgelopen vierentwintig uur heeft het dier opgesloten gezeten in een te kleine stal, nadat hij dagen onder dwang zout heeft gegeten zonder ook maar een slok water te hebben gekregen. Met zandzakken hebben ze hem tegen de buik geslagen om inwendige bloedingen te veroorzaken, een ongelijke strijd van den beginne. Hij zal geen schijn van kans hebben vandaag.
Nu verschijnen de ministri, de dienaren, ten tonele. Met hun grote capes proberen ze de stier af te leiden. Zo krijgen ze een indruk van de vechtlust, intelligentie en kracht van het dier. Met veel bravoure wapperen ze met hun felgekleurde capes en behendig weten ze de aanvallen van de stier te ontwijken. Kreten van bewondering rollen van de tribunes omlaag de arena in, als het water van een rivier dat zich van een berghelling afstort.
De stier wordt geschikt bevonden voor het gevecht. Vier als goden uitgedoste venatores, jagers, met alleen een lendendoek aan en een krans van aren in hun haren gevlochten, komen uit de vier verschillende poorten het strijdtoneel binnengereden, een verutum, een jachtspeer, in de rechterhand. De paarden, met een zwaar harnas beschermd, zijn zichtbaar angstig, maar omdat hun stembanden doorgesneden zijn, kunnen ze geen geluid voortbrengen.
De stier wordt van vier kanten benaderd en weet niet welk paard hij moet kiezen om aan te vallen, maar de kring wordt kleiner en kleiner zodat hij zich uiteindelijk gedwongen ziet een uitval naar de dichtstbijzijnde ruiter te doen. Zodra hij een van de paarden dicht genaderd is, gaat de berijder rechtop in de stijgbeugels staan om zijn verutum in de nek van de stier te duwen en er met zijn volle gewicht op te leunen. Na enkele charges, waarbij iedere venator minstens één keer zijn speer in de nek van de stier steekt, trekken de ruiters zich onder luid applaus terug. De stier is versuft en staat met de kop omlaag, terwijl het bloed uit zijn wonden op de grond druppelt.
Dan komt de mactator, de hoofdrolspeler van de avond, de doder, de man die het karwei af komt maken. Het is een boom van een kerel, gekleed in een eenvoudige, korte tuniek, de armen bloot en beschermers op zijn onderbenen. In zijn linker- en rechterhand heeft hij met linten versierde, armlange stokken met weerhaken aan het eind. Hij loopt in een rechte lijn op de stier af. Hoe minder hij afwijkt van het denkbeeldige pad, hoe meer hij wordt bewonderd om zijn moed. De meeste mensen zijn weer gaan zitten, en waar het gejuich en het geschreeuw eerst nog alle gesprekken onmogelijk maakten, is het nu zo goed als stil, alsof iedereen zijn adem inhoudt.
Zonder Jou by Chantal and Priscilla van Gastel
Dutch Source:
Er leek een verschuiving plaats te vinden in mijn hoofd, alsof er een spelletje Tetris gaande was. Een perfect passend stukje kwam naar beneden, speelde vier rijen weg en maakte een zee van ruimte in mijn speelveld vrij. 'Maar als iedereen zomaar doet wat hij wil, zonder aan anderen te denken…'
'Maar dat is het nu juist: als je van iemand houdt, wil je toch het beste voor diegene? Kijk, mijn moeder stond ook niet te springen toen ik op kamers ging, maar ze wist dat ik die studie wilde doen, dus steunde ze me. Zo hoort het toch? Zou je moeder niet trots op je zijn, als je je dromen waarmaakt?'
'Vast,' antwoordde ik. 'Dat is niet iets waar we het vaak over hebben.'
'Blijkbaar had dat wel gemoeten, want ik ken je nu, wat zal het zijn, een goed kwartier? En dit is het eerste wat ter sprake komt. Dat zegt iets.'
'Dat ik een flapuit ben.'
'Soms is het makkelijker om met een vreemde te praten. Kijk maar naar kappers en barmannen, wat die allemaal niet te horen krijgen tijdens hun werk.'
'Jij zou vast een goede kapper zijn.'
'Nou, misschien wel, ja!' Even leek hij het serieus in overweging te nemen. 'Maar alleen als ik van al mijn klanten de vrije hand zou krijgen. Dan lijkt het me wel wat.' Hij maakte een gebaar in de lucht, alsof hij het uithangbord al voor zich zag. 'Kapsalon De Vrije Hand.'
'Ik weet niet of je het heel druk zou krijgen. Denk je niet dat de meeste mensen zelf willen bepalen hoe belachelijk ze eruitzien?'
''Wie heeft het hier over belachelijk? Met mijn onovertroffen stijlgevoel kan het niet misgaan. Zeg nou zelf…'
'Oké, als je zo overtuigd bent van jezelf, wat zou je dan voor mij verzinnen?' Ik keek hem verwachtingsvol aan, hem uitdagend om met iets goeds te komen.
'Eens kijken,' zei hij.
En dat deed hij. Lang. Daarbij boog hij zich naar me toe om met een hand het stiekje los te trekken waarmee mijn haar in een knotje op mijn hoofd gefrummeld zat. Het was artistiek bedoeld, maar in zijn ogen maakte het waarschijnlijk eerder een slonzige indruk. Hij bleef even kijken naar hoe mijn steile, bruine haar langs mijn gezicht naar beneden viel. Ik dacht niet dat ik ooit eerder zo intensief bekeken was. Ik had inmiddels spijt dat ik het hem gevraagd had.
'Nee,' antwoordde hij na wat een eeuwigheid leek. 'Jou zou ik precies zo laten.
English Translation:
I'm lying in a hospital bed thinking about death, when suddenly an old man with no trousers on waves at me. He's standing next to one of those portable IV poles with various bags and monitors hanging from it.
I wave back.
He says something that sounds like a question, and for the umpteenth time, I say, "Non parlo italiano!"
This is of absolutely no interest to him. He carries on talking. Every now and then, his face mask sags, and he only puts it back over his mouth when he briefly stops speaking. I understand a few words: car, heart, wife, house, football... But I can't make any sense of it. So I repeat the word football, point to myself and say "Olanda."
The man shows that he sympathises with me. In sign language. He looks heavenwards as if vainly beseeching God, shrugs, shakes his head and makes a gesture that seems to say: I'm sorry. He does this all with one hand while his other hand grips the complicated rig next to him for support. I say, "Italia," and give him a thumbs up.
He nods. Then a nurse tells him to move on because he's blocking the corridor that my bed is in. But as he walks past me, he does something that Covid has made forbidden: he touches me and squeezes my arm to wish me luck.
"Grazie."
I mean it.
Nowhere is the need for humanity greater than when you're lying sick and fretful in a hospital bed.
After six hours in that corridor, I need to pee, so I get up. I pass a very old lady who has almost no teeth. She looks pale and fragile as she lies there mumbling to herself. When she sees me, she wants to talk to me too, and again, I say, "Non parlo italiano." That's of no interest to her, either. She's telling me a story, and this time, I don't understand a single word.
"Bagno," I say, wrenching my hand free. She says something, I don't know what, but it's a sentence that stings.
English Translation:
'Panem et tauros,' the youngster says mockingly to the old man next to him. Bread and bulls. He takes the chunk of bread that has fortuitously landed in his lap and, without looking, hurls it irritatedly in a huge arc behind him.
But this is what most people have come for today; for the bread, but mostly to see the bullfight.
The editor muneris, the sponsor of today's games, orders the release of the bull by raising his arm in an authoritative saluto romano. A deafening cheer fills the arena. The editor looks over the crowd, then, gratified, returns to recline on his couch. He picks up a small bunch of grapes from the lavishly spread table next to him and watches as a gargantuan bull enters the amphitheatre, bucking wildly. For days, the animal has been force-fed salt and denied even a drop of water. It has spent the last twenty-four hours in a stall too small for its enormous mass while its belly was battered with sandbags to cause internal bleeding. The game has been rigged before it has even begun. The bull has no chance of winning today.
Now the ministri, the attendants, enter the arena. They taunt the bull with wide capes, assessing its strength, intelligence and fighting spirit. They wave the brightly-coloured cloth with great bravado, skilfully dodging the bull's charges. Gasps of awe pour down from the stands and into the arena, like a river rushing down a mountainside.
The bull is judged worthy of the fight. Four venatores, the hunters, enter like gods through the four gates of the battleground on horseback. Wearing nothing but loincloths, they each clutch a hunting spear. Spiky leaves of laurel are woven into their hair. Their horses, protected by heavy armour, are visibly frightened, but their vocal cords have been severed – they are unable to make a sound.
They close in on the bull from all directions. It does not know which horse to attack. The circle closes tighter and tighter around the bull until it’s forced to launch itself at the nearest rider. As soon as it approaches the rider’s horse, the rider stands up in the stirrups to plunge his verutum into the bull's neck, bearing down upon it with the weight of his entire body. The venatores each charge at the bull in turn, goring the beast's neck at least once before retreating to loud applause. The bull is dazed, and its head lolls as blood drips onto the ground from its wounds.
Now, the mactator arrives. The star of the show, the bull killer, the man who will finish the job. A mountain of a man, he's dressed in a simple, short tunic, his arms bare and his lower legs covered by leather protectors. In each hand, he carries a pole as long as his arm, decorated with ribbons and ending in a sharp barb. He approaches the bull, walking determinedly in a straight line. The more resolutely he follows this imagined path, the more the crowd admires his courage. Most of them are sitting again now, and instead of the cheers and yells that made all conversation impossible moments ago, there is silence, as though they are all holding their breath.
English Translation:
I felt like my thoughts were shifting, as though a game of Tetris was going on in my head and a perfect puzzle piece had descended, cleared four rows and created an ocean of space. 'But if everyone just did what they wanted, without thinking of anyone else...'
'But that's just it: if you love someone, you want what's best for them, don't you? Look, my mother wasn't happy when I went off to university, but she knew I wanted to do that course, so she supported me. Isn’t that how it's supposed to be? Wouldn't your mum be proud of you if you achieved your dreams?'
'Probably,' I answered. 'It's not something we really talk about.'
Well, I think you should have talked about it. Because I've known you, what, fifteen minutes? And we're talking about it already. That's got to mean something.'
'It means I don't know when to shut up.'
'Sometimes it's easier to talk to people you don't know. Just look at all the things people tell nar staff or their hairdressers.'
'You'd make a really good hairdresser.'
'Actually, I think you might be right!' He looked almost as if he was seriously considering it. 'But only if my clients gave me absolute freedom. I think I'd enjoy it.' He waved a hand in the air as though he could already see the sign over the shop. 'Salon de la Carte Blanche!'
'I'm not sure you'd have many customers. Don't you think most people would prefer to decide for themselves how ridiculous they look?'
'Who said anything about ridiculous? Let's be honest, with my impeccable sense of style, what could go wrong?'
'Okay, since you're so sure of yourself, what would you come up with for me?' I looked at him expectantly, daring him to suggest something good.
'Let me have a look at you,' he said.
And he did look at me. For a long time. Then he leaned forward and reached out to loosen the elastic band that was holding up my messy bun. I'd been going for a bohemian look, but in his eyes, it probably just looked scruffy. He kept looking at me, at how my straight, brown hair fell around my face and down past my shoulders. I didn't think I'd ever been gazed at so intensely. I suddenly regretted asking him the question.
'No,' he answered after what felt like an eternity. 'I'd leave you exactly as you are.'